TEVREDEN TIJD - Anton Pieck in De Hallen Haarlem

21.06.2008 - 31.08.2008

Op 21 juni opende prof.dr. Ernst van de Wetering, Rembrandt-expert én Pieck-bewonderaar, een omvangrijke tentoonstelling over Anton Pieck (1895-1987) in De Hallen Haarlem. Vijf zalen waren gevuld met circa 300 originele werken, afkomstig van vele bruikleengevers: tekeningen en aquarellen, etsen, olieverfschilderijen, ontwerpschetsen en boekillustraties. De tentoonstelling liet Pieck zien als volbloed-romanticus. Zijn oeuvre getuigt van een verlangen naar mooiere tijden, die hij vooral in het verleden zocht. Een unieke tijdspassering voor jong en oud schiep hij met zijn zeer succesvolle sprookjesbos in de Efteling: tal van ontwerpen daarvoor waren in de tentoonstelling opgenomen. Piecks werk getuigt van groot vakmanschap, maar evenzeer van veel fantasie en een bijzonder gevoel voor humor.
De tentoonstelling Tevreden tijd maakt deel uit van de De Hallen Haarlem Zomerserie voor een breed publiek, en is de opvolger van het succesvolle Israels aan Zee in 2007.

Tentoonstelling

Op de tentoonstelling staat de romanticus in Pieck centraal. De natuur, zo zeer aanbeden door de kunstenaars van de 19de-eeuwse romantiek, was ook voor Pieck steeds een boeiend onderwerp. Met name in zijn grafiek gaf hij daar uiting aan, met voorstellingen van uiteenlopende planten en dieren, en landschapstaferelen die aan werken uit de Gouden Eeuw doen denken. Piecks liefde voor en kennis van de natuur komen in zijn illustratieve werk in ontelbare details tot uiting. Slechts door zijn voortdurende studie naar de natuur, én door tientallen jaren modelstudie, kon hij zijn vaak complexe voorstellingen tekenen.

Piecks hang naar het verleden is terug te vinden in zijn serieuze illustraties bij een prachtuitgave van romantische liederen van Schubert (1935). Ook Vondels Gijsbreght van Aemstel werd, in 1937, door Pieck voorzien van beelden. Deze tonen zijn belangstelling voor de geschiedenis van Amsterdam, een belangstelling die later nadrukkelijk tot uiting kwam in de vele tekeningen en aquarellen die Pieck aan de sfeervolle oude binnenstad van Amsterdam zou wijden. Een serie platen voor een boekje over de werkzaamheden van het Leger des Heils in de Amsterdamse binnenstad vormt daarbij een hoogtepunt; ze zijn op de expositie te zien. Maar ook het oude stadsschoon van vele andere Hollandse steden werd door de nostalgisch ingestelde Pieck vastgelegd. Een aantal van de vermaarde, historiserende ‘Bakkersplaten’, gemaakt voor Calvé, ontbreekt niet op de expositie.
Zijn romantische inslag deed Pieck ook reizen naar tal van landen, mede om daar inspiratie op te doen voor zijn illustratieve werk. Zo trok hij met zijn teken- en schildergerei wekenlang door Marokko, waar vele tientallen tekeningen en aquarellen ontstonden. Later benutte hij dat werk bij het illustreren van de Arabische verhalen van 1001 Nacht. Talloze tekeningen en schetsen ontstonden verder in Engeland, het land van Piecks favoriete auteur Charles Dickens, wiens A Christmas Carol hij zou illustreren. Maar ook in België, Italië, Zwitserland en elders wist Pieck vele schilderachtige plekjes vast te leggen.

Piecks liefde voor de sprookjeswereld wordt gedemonstreerd in een presentatie over attractiepark de Efteling (Kaatsheuvel, N-B), waarvoor Pieck in de periode 1952-1974 ruim 1500 ontwerptekeningen maakte. Tevens worden originele illustraties getoond voor boeken met sprookjes, mythen en andere fantastische verhalen, zoals de in de 19de eeuw opgetekende Sprookjes van Grimm, de bundel Alle verhalen van 1001 nacht en Niels Holgerssons wonderbare reis van Selma Lagerlöf.
De humor en gemoedelijkheid tenslotte waarmee Pieck het alledaagse leven van mensen uit alle sociale geledingen wist uit te beelden, herinnert aan de schilderijen van oude meesters als de 16de-eeuwer Pieter Brueghel en de romanticus/biedermeier-kunstenaar Carl Spitzweg, collega’s voor wie Pieck grote bewondering koesterde. Pieck vond zijn voorbeelden duidelijk ook in zulke zogenaamd ‘hogere’ kunst: de ijsgezichten-schilder Hendrik Avercamp en de Japanse houtsnede-meester Hokusai waren evenzeer belangrijke inspiratiebronnen.

De tentoonstelling werd mede mogelijk gemaakt door de Efteling, het Anton Pieck Museum in Hattem, en een groot aantal andere bruikleengevers. Bij de tentoonstelling verscheen een ruim geïllustreerde tentoonstellingscatalogus.