MIROSLAV TICHY - Foto's

11.03.2006 - 05.06.2006

Ergens in de wildernis bij Brno (Tsjechië) woont een oude fotograaf. Hij heeft lang grijs haar en een forse baard. Het is Miroslav Tichý (1926), die al zo’n veertig jaar lang niets anders fotografeert dan vrouwen en meisjes. Hij doet dit echter op een volstrekt eigen en verrassende manier. Zijn modellen zoekt hij dicht bij huis, want hij pleegt nooit veel verder te reizen dan zijn voeten hem kunnen dragen. Zelfs nu zijn werken sinds 2004 de hele wereld doorkruisen, weigert hij met ze mee te reizen. Uit Tichý’s zeer persoonlijke oeuvre was vanaf 11 maart 2006 een ruime keuze te zien in De Hallen Haarlem.

Miroslav Tichý begon zijn artistieke loopbaan zoals alle andere grote kunstenaars in die tijd. Na de middelbare school ging hij in 1945 naar de kunstacademie in Praag. Zijn schilderijen en tekeningen uit de jaren '40 en '50 volgen de toenmalige moderne kunstopvattingen en zijn slechts aan één thema gewijd: het vrouwenlichaam. Ook daarna heeft Tichý zich nooit op een ander motief geconcentreerd.

Toen zijn vaderland Moravië onder een communistische dictatuur kwam, reageerde hij opstandig; vervolgens trok hij zich terug uit het culturele leven en de maatschappij. Het regime tolereerde dit slag mensen niet en gedurende de jaren '60 en '70 bracht Tichý in totaal acht jaar door in gevangenissen en inrichtingen.

In die periode maakte Tichý ook zijn eerste foto's: "Ik pakte een oude camera en drukte af. Ik dacht er niet echt over na, het gebeurde gewoon toen ik wat rondliep." Omdat Tichý volledig onafhankelijk wilde zijn en geldgebrek had, was hij absoluut niet in staat de fotoapparatuur te kopen die hij nodig had. Dus maakte hij zijn eigen camera's, afdrukapparatuur en lenzen. Hij gebruikte verschillende camera's om vrouwen van een afstand te fotograferen. Zo ontstonden talloze opnames uit het dagelijks leven: vrouwen op straat, zittend op een bank, bij een zwembad, meisjes die spelen, rennen of in de zon liggen, enzovoort.

De grote hoeveelheid foto’s zou de betekenis van de individuele beelden kunnen bedreigen, maar niets is minder waar. Elke foto is een kleinood, ook voor Tichý. Hij plakt ze op karton en tekent er barokke lijsten omheen, hij doorgrondt elk beeld, en de correcties die hij aanbrengt zijn vaak goed gekozen. Het resultaat is een staalkaart van zijn blik op vrouwelijkheid: intens poëtische afbeeldingen van vrouwen, zonder dat ooit is afgedaald naar het niveau van de kitscherige nepwereld van mannenbladen. De foto’s maken de kijker deelgenoot van een heimelijke, lieflijke, erotische obsessie.

Tichý heeft zich bevrijd van artistieke conventies. Hij laat zijn foto's nooit aan iemand zien en houdt zich niet bezig met fototechnische kwaliteitscontrole. Vrijwel steeds zijn ze onscherp, met krassen op de negatieven of op het – losjes afgeknipte of zelfs afgescheurde – papier. Stof, vuil en kleine wezentjes bevinden zich in de camera, op de film en in de doka. Ook bevatten de foto’s vingerafdrukken en haren van de fotograaf, en bruine broomspetters. Bovendien vertonen de eindresultaten sporen van gemorste koffie, schoenafdrukken, en de vraatzucht van papiermotten en muizen. "Hoe slechter de techniek, des te beter de kunst", aldus Tichý.

Een vergelijking met de Haagse fotograaf Gerard Fieret (1924) ligt voor de hand. Beiden leven een zelfde soort leven. Maar waar bij Fieret het vaak de vrouwen zelf zijn die openlijk een seksueel verleidelijk spel spelen met de camera, is het in de foto’s van Tichý toch vooral diens eigen blik die de erotische lading meebrengt.

Inmiddels heeft een stichting in Zürich, onder leiding van Roman Buxbaum, zich ontfermd over Tichý’s werk en beheert duizenden foto’s. Bij de tentoonstelling in De Hallen Haarlem verscheen een monografie.

"Fotograferen is kijken, de camera is je oog, en het gebeurt allemaal zo snel dat je zelf helemaal niets hoeft te zien. Aan het eind van de dag heb ik meestal drie films, honderd opnamen. Ik heb nooit iets anders gedaan dan de tijd voorbij laten gaan. Ik ben een kijker, niet alleen naar vrouwen, dat is maar één motief; ik sla de wereld gade. 's Avonds ontwikkelde ik de films en bekeek ze onder het vergrootapparaat. Als er iets bij zat, iets van de wereld, dan drukte ik ze af op fotopapier. Maar wat is 'de wereld'? Hoe dan ook, het is allemaal illusie. We zien wat we willen zien. De wereld als wil en verbeelding, zoals Schopenhauer zei." (Miroslav Tichý, uit: interview met Roman Buxbaum, The shock of the Old, in: Modern Painters, juli/augustus 2005)