GUMMBAH - Ongeldige seks

15.03.2008 - 08.06.2008

Vanaf 15 maart t/m 8 juni 2008 was de tentoonstelling Gummbah. Ongeldige Seks te zien in De Hallen Haarlem. De tentoonstelling toonde o.a. cartoons, strips, collages, schilderijen, video en kleding die hij maakte in co-productie met zijn vriendin Chantal Rens (Etten-Leur, 1981). Voor deze gelegenheid maakte Gummbah een muurschildering.

Tijdens de Haarlemse Stripdagen gaf cultuursocioloog Willem de Koster een lezing Weerzinwekkende smeerlapperij: Over de ophef rond Gummbahs cartoons. Gummbah signeerde zijn boeken na afloop.

Gummbah (pseudoniem van Gertjan van Leeuwen, 1967 Nieuwaal), woont en werkt in Tilburg. Het pseudoniem is ontleend aan het anglo-italiaanse slang voor Gabber. Hij heeft zich via publicaties in diverse dag- en weekbladen, waaronder de Volkskrant, Nieuwe Revu en Humo, een plek verworven in het collectieve geheugen van sommige Nederlanders en Belgen met een ware lawine aan wansmakelijke tekeningen, waarbij gitzwarte humor, banaliteit, absurdisme en gesublimeerde flauwheid zowel vertrek- als het aankomstpunt zijn. Ach ja.

Hij studeerde journalistiek in Tilburg, maar zijn hart bleef bij het tekenen. In 1993 stencilde hij in een oplage van 100 een eigenhandig, onder verschillende pseudoniemen volgetekend tijdschrift, God geheten, dat hem een contract opleverde voor een eerste album bij uitgeverij De Harmonie. Verder trad hij met Hans Teeuwen en Pieter Bouwman op met de eclatant succesvolle theater- en tv-voorstelling Poelmo, slaaf van het Zuiden, reist hij al sinds jaar en dag het land rond met zijn voorstelling Net Niet Verschenen Boeken en richtte hij in 1995 met een aantal vrienden, waaronder poppenspeler en televisiepersoonlijkheid Jeroen de Leijer (tevens tekenaar van Eefje Wentelteefje), de Bond tegen Humor op en maakte hij het tijdschrift (‘voor hete tieners’) De Bedenkelijk Kijkende Grondeekhoorn.

Een mengsel van 16 soorten cola

Naast de losjes getekende, buitenproportionele figuren ontstaan er ook wel eens felrealistische illustraties met getypte in plaats van gekalligrafeerde teksten die we gerust collages kunnen noemen. “Dat de uitstraling van dit werk de sfeer van een instructieboek nauwelijks ontstijgt, is natuurlijk jammer, maar aan de andere kant, op een bepaalde manier ook juist níet jammer, omdat er aldus een soort, hoe heet het, terloopsheid ontstaat die, noodzakelijk is voor tophumor”. Hij toont met dit werk tevens feilloos aan, als dat geen terminus contradictio is tenminste, dat onze taal minstens zo wanhopig, lelijk en ontoereikend is als de uitgelopen lichamen die we van hem gewend zijn en die, naar eigen zeggen, een afspiegeling zijn van het met enige regelmaat, met een blik cola (Gummbah drinkt om onduidelijke redenen geen druppel alcohol) in de knuist duchtig rondhangen op het station van Tilburg. “Want wat is filosofie meer dan vragen stellen aan de taal en een hoop, nauwelijks verstaanbare kletskoek terugkrijgen. De vraag stellen is hem beantwoorden”.

Het hebben van een vagina is vooral praktisch en juist daarom zo vrouwelijk
Hij begint s’morgens heel vroeg, om van de urge af te zijn, met tekenen. “Want als ik ergens verslaafd aan ben, dan is het wel aan tekenen. En als ik dan toch aan tafel zit om te tekenen kan ik er net zo goed iets bij schrijven in de kantlijn. Tijdens dat tekenen raak ik dan in een soort zen-boeddhistische toestand, waardoor de sluizen van mijn bewustzijn, of wat daar nog van over is, naar mijn onderbewustzijn als het ware wijd open staan en allerhande invallen de vrije loop krijgen. Ik schrijf nooit op gevoel, niet vanuit woede of frustratie. Vandaar ook mijn pseudoniem. Ik ben er persoonlijk niet erg bij betrokken, bedoel ik. Vandaar ook dat ik voor mijn Net Niet Verschenen Boeken-project met heteroniemen werk. Het is makkelijker om vanuit een of andere verzonnen flutpersonage te schrijven. Zoals pakweg Gerda Klapwijk, Brenda Meurs of Syb Mertens. Ik doe daar niet krankzinnig veel moeite voor. Het is gewoon spelen met taal en humor. Veel uit het raam staren, niets doen en ondertussen beetje de amateur-taalvirtuoos uithangen. En verder houd ik erg van koken. Gelooft u het, dan geloof ik het”.

Andrew niet doen

Voor Gummbah is een schoonheidsideaal veel te beperkt: “Op lelijkheid kun je oneindig variëren”. Uiterlijk mag de mens in zijn werk dan gelijk zijn, tussen man en vrouw is er in zijn cartoons sprake van een betonnen rolverdeling. Gummbah’s vrouwen zijn veelal bazige dragonders, uit de kluiten gewassen manwijven die hun echtgenoten domineren. “Voor anti-feminist kunnen ze me in elk geval niet uitmaken. Helaas”.

Hij typeert zijn werk als ‘minder dan één procent autobiografisch. De humor ligt wat hem betreft op straat, is eigenlijk overal te vinden waar het treurige fenomeen mens zich ophoudt. Toch keert een aantal thema’s met ijzeren regelmaat terug. Seks is er een van, de dood een ander. Maar ook de gezondheidszorg en de gehandicapte medemens.

Taboes bestaan er voor hem niet, ook pedofilie, aids, kinkhoest, de holocaust en het geloof komen in zijn werk aan bod. Maar hoe erger het onderwerp zegt hij, hoe beter de grap moet zijn.

Een gevoelig terrein als de seksualiteit ploegt Gummbah met weinig romantische kijk op de liefde en erotiek stevig om. “Twee mensen die met de moed der wanhoop via de seksualiteit nog wat genot proberen te peuren uit hun verlepte lichamen, dat is een onderwerp dat je als cartoonist met een beetje zelfrespect natuurlijk niet kunt laten liggen”.

Als een na de dood doorgroeiende haar, of, tenslotte
En dan was er dit jaar ook ineens de trui die door Gummbah en zijn verloofde Chantal Rens aan de eigen haren uit het moeras van de seksloosheid werd getrokken. Een heus project dat zijn voorlopige hoogtepunt kende in Nobody Forever Shop in Wetering Galerie te Amsterdam in november 2007. Voorlopig hoogtepunt, want inmiddels is het duo bezig met een serie foto’s van truidragende bewoners van de Tilburgse Hasseltstraat die ter gelegenheid van de onthulling van Het Draaiende Huis van John Körmeling in februari 2008, deo volente, op posterformaat voor de ramen zullen hangen. Bla bla bla, enzovoorts enzovoorts.

Nou, doei!

Joery Karnak (pr-koning der Hallen)

(Overigens, ons haar groeit na ons overlijden alleen door als je überhaupt haar hébt. Dus voor de kaalhoofdigen onder ons is het ook ná dit leven op een houtje bijten geblazen. Waarvan akte.Waarom ons haar precies doorgroeit, echter, is minder interessant. Interessanter is wat bepaalde collega’s vinden van dit fenomeen. Zo vond Lee Towers het ‘wel een geile gedachte’ en sprak Jan Kruis zelfs van ‘gerechtigheid’. Op de vraag wat hij daarmee bedoelde, antwoordde hij schalks “oh, niks...” en trok pseudo-veelbetekenend zijn linkerooglid zo ver naar beneden dat ik er eerlijk gezegd een beetje bang van werd.)

Fotografie: Gert Jan van Rooij

Download de tentoonstellingsgids