ED VAN DER ELSKEN - Bagara 1957; 45 fotos uit Afrika

18.09.2004 - 05.12.2004

In 1956/57 reisde fotograaf en filmer Ed van der Elsken door de binnenlanden van Centraal Afrika. Uit de duizenden foto’s die hij in Afrika heeft genomen, maakte Van der Elsken een keuze, die gepubliceerd is in het boek Bagara (1958). Bagara betekent buffel, een dier dat, voor Van der Elsken, ‘alle woestheid, sluwheid en levensdrift van Afrika in zich verenigt’. Het boek geeft een fascinerende impressie van het dagelijks leven in een gebied waar toen nog weinig blanken kwamen. Daarnaast laat Bagara een onthutsend beeld zien van een safari, een jacht op groot wild. Van der Elsken toont niet alleen het afschuwwekkende dierenleed, maar vooral de meedogenloze wijze waarop blanken, zoals hij het uitdrukt, ‘alles uit de weg ruimen wat primitief is, wat achterblijft.’

Uit de nalatenschap van de fotograaf zijn ruim veertig originele foto’s uit Bagara geselecteerd. Het was de eerste keer dat een tentoonstelling gewijd werd aan dit indrukwekkende fotoverslag.

Ed van der Elsken

Fotograaf en filmer Ed van der Elsken (Amsterdam 1925-1990 Edam) legde in ruim veertig jaar zijn ontmoetingen met mensen in foto’s, fotoboeken en films vast. Zijn persoonlijke, poëtische benadering van mensen en zijn bijna theatrale beeldtaal was nieuw voor de Nederlandse documentaire fotografie. Na reportages voor binnen- en buitenlandse bladen maakte zijn eerste fotoboek Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain des Prés hem in 1956 op slag wereldberoemd.

Bagara

Bagara (1958) is een fotoverslag van een verblijf van drie maanden in de binnenlanden van Centraal Afrika. In december 1956 vertrok Ed van der Elsken naar het hart van Afrika. Hij had van directeur Geert Lubberhuizen van uitgeverij De Bezige Bij de opdracht voor een fotoboek en een ticket gekregen. Tot maart 1957 fotografeerde hij in en rond het gebied Oebangui Chari, op de grens van Frans Equatoriaal Afrika en Belgisch Kongo. Zijn zwager Milou, etnoloog, was daar districthoofd. Van der Elsken leefde tussen de zwarte bevolking en de schaarse blanke immigranten. Zijn ideeën over Midden-Afrika werden al snel na aankomst niet door de werkelijkheid gedekt. "In Afrika leerde ik heel andere mensen kennen. Dat was een wereld van rauwdouwers, vrijgevochten, ja een beetje kolonialistisch met ideeën die ontzettend ver afstaan van wat je ooit gelezen hebt. Het boeide en schokte me - ik fotografeerde het. Met duizenden foto’s en indrukken kwam ik versuft en uitgeput in Europa terug." Het eerste deel van Bagara geeft een beeld van het landschap, maar gaat vooral over de mensen, de kinderen, de jagers, de markt, vrouwen en trouwen, magie, besnijdenis, de dodendansen.

Safari

Het tweede deel van Bagara is gewijd aan de safari, de jacht op buffels, zwijnen, antilopen en olifanten, de gestage bloedige oorlogen op de vlakte en in de jungle tussen mens en dier. De ambivalentie van de fotograaf, de uitdaging en de spanning om mee te gaan, de wreedheid van de jagers en de angst van de dieren zijn in een aangrijpend fotoverslag voelbaar.

Safari begint met een vredige foto van slapende jagers rond brandende kampvuren. Daarna is de actie van de jacht bijna filmisch vastgelegd in op jagers en dieren ingezoomde foto’s. Safari eindigt met een dramatische climax: de foto van een bloederige dode foetus van een olifantje die uit de baarmoeder van zijn neergeschoten moeder is getrokken.

Bagara werd in 1958 uitgegeven door De Bezige Bij, ook in een Engelse, Duitse en Zuid-Afrikaanse editie. Journalist Jan Vrijman (1925-1997) bewerkte de gesprekken die hij met Van der Elsken voerde over diens Afrikaanse lotgevallen tot verhalen en kanttekeningen die als een aparte bijlage aan het boek zijn toegevoegd.