De collectie

De collectie van De Hallen Haarlem omvat ongeveer 10.000 werken in verschillende media en overspant grofweg drie periodes: vooroorlogse en naoorlogse moderne kunst, en hedendaagse kunst. Zoals het Frans Hals Museum zich in haar verzamelbeleid voor een belangrijk deel richt op werk van Haarlemse kunstenaars uit de 16e en 17e eeuw, wordt ook het gezicht van de collectie moderne kunst van De Hallen Haarlem deels door lokale ‘helden’ als de schilders Jacobus van Looy, Henri Boot en Kees Verwey bepaald. 

De collectie vooroorlogse kunst omvat verder werk van Nederlandse modernisten als Jan Toorop en Piet Mondriaan en de schilders van de Bergense School: onder anderen Henri Le Fauconnier, Leo Gestel en Jacoba van Heemskerk. Ook Herman Kruyder, die een tijd lang in Haarlem woonde, is met een groot aantal werken in de collectie vertegenwoordigd.

In de collectie naoorlogse kunst komen onder andere CoBrA en Nieuwe Figuratie aan bod. Naast schilder- en beeldhouwkunst, werd in het laatste kwart van de 20e eeuw ook een substantiële kern hedendaagse keramiek aan de collectie toegevoegd. 

Vanaf 2001 is het verzamelbeleid, naar aanleiding van de ontwikkelingen binnen de hedendaagse kunst, internationaler geworden, waarbij Nederlandse kunst in een internationale context wordt geplaatst en de meest actuele ontwikkelingen op de voet worden gevolgd. Fotografie en ‘bewegend beeld’ (film en video) zijn speerpunt van het collectiebeleid. De fotografiecollectie wordt gekenmerkt door geëngageerde en documentaire posities, en bevat werk van onder andere Nan Goldin, Boris Mikhailov, Dana Lixenberg, Sarah Lucas, Gillian Wearing, Koos Breukel en Bertien van Manen. De collectie ‘bewegend beeld’ bevindt zich binnen de thematische driehoek documentair - geënsceneerd – performatief, en bevat werken van onder anderen Paul McCarthy, Andrea Fraser, Erik van Lieshout, Joost Conijn, Guido van der Werve en Renzo Martens.